BUA niet in strijd met Europese regels
Onlangs oordeelde het Europese Hof van Justitie dat het Nederlandse Besluit uitsluiting aftrek (BUA) niet in strijd is met Europese wetgeving. Dit betekent dat u de btw op een groot aantal personeelsverstrekkingen niet in aftrek mag brengen.
Het doel van de btw-heffing is de consumptie van goederen en diensten te belasten. Als u als werkgever goederen en diensten aankoopt, kunt u de betaalde btw in beginsel aftrekken. Als u deze goederen vervolgens aan uw werknemers verstrekt, kan het gebeuren dat personeelsleden goederen en diensten zonder btw verbruiken in de privésfeer. Dit wil de overheid voorkomen. De Nederlandse regelgeving lost dit ’lek’ op door de aftrek van btw op personeelsverstrekkingen te beperken via het Besluit uitsluiting aftrek omzetbelasting 1968, kortweg het BUA. In dit BUA is bepaald dat de aftrek op kosten voor personeelsverstrekkingen is beperkt als u in een jaar aan eenzelfde werknemer voor meer dan € 227 exclusief btw aan verstrekkingen besteedt. Wordt deze drempel wel overschreden, dan vervalt de gehele aftrek voor verstrekkingen aan die werknemer. Dus ook voor de btw die drukt op de eerste € 227.
Voorbelasting
Er was een langlopende discussie gaande over de houdbaarheid van het BUA. Het BUA vindt zijn oorsprong niet in EU-wetgeving maar is puur Nederlandse regeling, dus kon deze strijdig zijn met Europese regelgeving. De regeling werd daarom aan het Europese Hof van Justitie voorgelegd. Deze hoogste Europese rechter besliste onlangs dat het geen bezwaren ziet in het huidige BUA als het gaat om de volgende kosten waarvoor aftrek van voorbelasting onder voorwaarden is uitgesloten:
- gelegenheid geven tot privévervoer (bijvoorbeeld de auto van de zaak);
- verstrekken van spijzen en dranken;
- verlenen van huisvesting;
- gelegenheid geven tot sport en ontspanning aan personeelsleden;
- verstrekken van relatiegeschenken en andere giften aan hen die geen recht hebben op aftrek voorbelasting.
Bron: Europese Hof van Justitie, 15 april 2010, nrs. C-538/08 en C-33/09 |